In verband met een gepland onderhoud zijn de websites van OOM op woensdag 29 mei vanaf 17:00 verminderd bereikbaar. Excuses voor het ongemak. U kunt uw vraag stellen via info@oom.nl of vergoedingen@oom.nl, wij nemen dan zo snel mogelijk contact met u op.

Speerpunten 2019 gericht op instroom

Nieuwsbrief december

meld je aan voor onze e-mail nieuwsbrief

Speerpunten 2019 gericht op instroom

Met onze directeur Erik Yperlaan kijken we terug op 2018 en bespreken we de plannen voor het nieuwe jaar. De ambitie is hoog. Even bijtrekken in de kerstvakantie en dan met volle kracht vooruit.

Is er goed gebruik gemaakt van de OOM-regelingen in 2018?
‘Van de meeste regelingen wel, maar niet van allemaal. Je moet het gebruik van de regelingen zien tegen de achtergrond van de ontwikkelingen in onze sector. Die is, net als de economie, gegroeid. We startten 2018 met 147.000 werknemers, nu zijn dat er ruim 6.000 meer. En het aantal werknemers had nog veel groter kunnen zijn, als er voldoende vakmensen beschikbaar waren geweest.
 
De regelingen die op het bevorderen van de instroom zijn gericht, zijn goed gebruikt. Op de Jobstartregeling wordt een groter appel gedaan. Het aantal aangevraagde Stagevergoedingen is 20 procent hoger dan verwacht en ook het budget voor de Leerwerkbijdragen wordt iets overschreden. Bovendien is de leerlingenpopulatie van de scholingspools - een opleidingsroute voor bbl’ers die wij extra ondersteunen - met 20 procent gegroeid.
 
Helaas wordt er minder gebruik gemaakt van onze regeling voor de ontwikkeling van vakmensen. De aanvragen voor de Persoonlijke Trainingstoelage blijven al zo’n 2 jaar achter bij de verwachtingen. De voornaamste reden die werkgevers daarvoor noemen, is het grote aantal vacatures; de hoge productiedruk moet worden weggewerkt met (te) weinig personeel waardoor geen tijd overblijft voor opleiding. Begrijpelijk, maar in mijn optiek worden er toch echt te weinig trainingen gevolgd. Bijscholing kun je niet voor je uit blijven schuiven.’
 
OOM heeft zich vorig jaar steviger geprofileerd als adviseur. Is dat opgemerkt?
‘Jazeker, we hebben zo’n 400 adviestrajecten afgerond, dat zijn er bijna 1,5 keer zoveel als in 2017. Het gaat bijvoorbeeld om Persoonlijke OpleidingsPlannen, BedrijfsOpleidingsPlannen en KennisHouvast-trajecten (om de kennis van sleutelfunctionarissen in een bedrijf te borgen, red.) In onze adviezen houden we overigens zoveel mogelijk rekening met de productiedruk bij bedrijven, bijvoorbeeld door te zoeken naar trainingen on the job, e-learning of cursussen in de avonduren. Naast deze adviestrajecten hebben onze regiomanagers en bedrijfstakvoorlichters nog 4500 bedrijfsbezoeken afgelegd om scholingsvraagstukken te bespreken en bedrijven te attenderen op onze dienstverlening.’
 
Op welke OOM-initiatieven in 2018 kijk je met voldoening terug?
‘We organiseerden 2 themaperiodes; één over verspaning en één over landbouwmechanisatie. Voor een themaperiodes halen we kennis op bij de brancheorganisaties, bedrijven en medewerkers over onder andere de belangrijkste technologische ontwikkelingen in de branche en de invloed daarvan op het vakmanschap. Vervolgens bekijken we wat we kunnen doen om het vakmanschap in de branche te versterken. Die formule bevalt goed; de intensieve samenwerking met de branches levert ons veel kennis op, waarmee we bedrijven beter kunnen ondersteunen.
 
Waar ik ook blij mee ben, is dat de samenwerking tussen de technische opleidingsfondsen zich sterk heeft ontwikkeld. Op 6 april organiseerden we gezamenlijk de eerste nationale O&O-conferentie over een leven lang ontwikkelen in Den Haag. Bij politiek en overheid hebben we het besef gecreëerd dat de opleidingsfondsen onmisbaar zijn voor een doorbraak op het gebied van een leven lang ontwikkelen en het bevorderen van de eigen regie bij werknemers. Ook hebben we gezamenlijk onderzoek laten uitvoeren naar onderwerpen als arbeidsmarkt, werkplekleren en het motiveren van werknemers om de regie te nemen over de eigen loopbaan. De resultaten leidden tot verfrissende inzichten, die elk fonds kan toepassen op de dynamiek in de eigen sector.’
 
Wat staat er op stapel voor 2019?
‘We gaan door met de koers die we vorig jaar hebben ingezet. Zo zullen we onze adviesfunctie verder versterken en zetten we ons klantcontactcentrum (KCC) in om onze bedrijven nog beter op de hoogte houden van interessante cursussen, aanbiedingen en kennisavonden. En we blijven branchegericht werken, zo organiseren we binnenkort acties gericht op de scheeps- en jachtbouw.
 
Voor 2019 hebben we ook een aantal speerpunten benoemd, en die staan allemaal in het teken van het bevorderen van de instroom. Het tekort aan goed opgeleide vakmensen is veruit het meest urgente probleem van onze bedrijven. We willen de zij-instroom stimuleren door mensen die onder de participatiewet vallen, toe te leiden naar vacatures bij onze bedrijven. Voor wat betreft het regulier onderwijs zijn we van plan om ervoor te zorgen dat er voldoende aandacht is voor het metaaltechnisch onderwijs bij het verstrekken van de financiële impuls die de overheid heeft beloofd voor het technisch vmbo. We willen de positie van de scholingspools versterken en het programma verrijken, zodat ook vmbo-t’ers, havisten en uitvallers van het hbo via een scholingspool kunnen worden opgeleid.
 
De werknemers zullen we meer activeren om zelf het initiatief te nemen, als het gaat om bijscholing. Ook gaan we het vakgerelateerde trainingsaanbod onder de loep nemen: wat zijn daarin de lacunes, kunnen we ontbrekende trainingen (laten) ontwikkelen, of ‘importeren’ in de regio? En dan is er nog de groeiende rol van de praktijkopleider, die we willen ondersteunen. Naast de begeleider van leerlingen en stagiairs is hij ook vaak ambassadeur en vraagbaak op het gebied van opleiding en ontwikkeling.’ 
 
Zo, dat klinkt behoorlijk ambitieus…
‘Ja, goed toch? Maar eerst even bijkomen in de kerstvakantie, het was een druk jaar. Eindelijk even tijd om ‘Reizen zonder John’ uit te lezen, van Geert Mak. Hij maakte voor dit boek een reis dwars door de Verenigde Staten, in navolging van schrijver John Steinbeck, en beschrijft hoe het land in vijftig jaar tijd is veranderd. Best schokkend soms, bijvoorbeeld als je leest hoe General Motors is gedecimeerd... Maar het is prachtig boek, echt een aanrader.’