Nieuwe CAO: Crisis stimuleert creativiteit
De nieuwe CAO voor de metaalbewerking is afgesloten. Op de Grote Markt in Haarlem spraken bestuurders Jan Alfons Vaas van de Metaalunie en Jan Berghuis van FNV Bondgenoten met elkaar over de totstandkoming van de CAO, de crisis en de afspraken over opleiden en scholing.
Wat is het karakter van de nieuwe CAO?
Berghuis: "De nieuwe CAO, die geldig is tot 31 maart 2011, is een crisisovereenkomst. Centraal staat hoe we werknemers en werkgevers iets weerbaarder kunnen maken in deze tijd. Daarbij gaat het vaak over het opleidings- en arbeidsmarktbeleid. Dat was bijna automatisch zo. We hebben extra middelen om extra dingen te kunnen doen en proberen op alle mogelijke manieren om vaklieden aan het werk te houden. Ook vooral omdat we bijna zeker weten dat als deze crisis voorbij is, er een enorm tekort aan vakmensen is."
Vaas: "We hebben gekozen voor een oplossings-CAO, waarbij we de onderhandelingen heel onorthodox hebben aangepakt. De vorige overeenkomst is met een conflict tot stand gekomen en dat wil je niet elke keer doen. Bovendien werd het crisis. We hebben bekeken of we met maatregelen konden komen waaraan de werkgevers en de werknemers in deze tijd iets hebben.
Zoals de crisisbestrijdingsdagen?
Berghuis: "Ja, bijvoorbeeld. Omdat de economische recessie per bedrijf verschillend is, hebben we een flexibele regeling afgesproken over behoud van werk. Het zijn tijdelijke extra ADV dagen van in totaal 3,5 dag. Maar de werkgever mag er ook voor kiezen om deze dagen als eenmalige uitkering van 1,5% loon uit te betalen.
Vaas: "Wij zijn content met deze afspraak, waarbij werkgevers de ruimte krijgen om een tijdelijke arbeidstijdverkorting in te voeren. We waren genoodzaakt om 'out of the box' te denken. Het is een hectische tijd en we wilden het rustig houden. De bedrijfstak is goed af met deze CAO. Heel veel bedrijven krijgen enorme klappen, en dus ook de mensen. Het is echt alle hens aan dek. Je zit gezamelijk in de boot en probeert die samen drijvende te houden. Ik denk dat dit een goed uitgangspunt is geweest en dat de kosten beheersbaar zijn."
Berghuis: "Kijk, ondernemers willen in deze tijd alles in het werk stellen om de onderneming te redden. Werknemers willen eigenlijk hetzelfde, maar noemen het anders: die willen hun werk behouden. Dat hebben we geprobeerd bij elkaar te brengen in deze CAO. Wij hebben de neiging om dit soort maatregelen aan te kleden met regels, maar hebben deze keer juist geprobeerd dat elk bedrijf het zoveel mogelijk naar eigen inzicht kan invullen. En dat wordt erg positief ervaren. Het is een goede oefening in afspraken maken met een lagere regeldruk."
Er is ook veel aandacht voor leerplekken voor 16- en 17-jarige werklozen.
Vaas: "Deze leeftijdsgroep mag geen verloren generatie worden. Ik geloof nog niet dat de politiek zich daar helemaal van bewust is. We moeten extra aandacht besteden aan deze groep. Dat doen we in de CAO door geld uit te trekken voor extra leerwerkplekken."
Berghuis: "Dat geldt trouwens ook voor 18-plussers. We zien dat leerwerkplekken steeds minder worden opgevuld, omdat werkgevers het een te groot risico vinden. Voor een kleine onderneming met vijf mensen in dienst, is een leerwerkplek van 10.000 euro gewoon heel veel geld. Wij proberen dat risico weg te nemen door bedrijfstakgeld en subsidie van de overheid in te zetten. We hebben daarover al een convenant afgesloten met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten."
Vaas: "Daarnaast hebben we het Alternatieve Leerplek Plan afgesproken. In totaal besteden we 20 miljoen euro extra om leerlingen naar ons toe te halen, waarbij we extra subsidies verstrekken aan werkgevers om het mogelijk te maken om werknemers aan te trekken. Het is een tijdelijk extra bijdrage om te investeren in leerwerkplekken, waardoor we onze inspanningen om jongeren aan de slag te krijgen kunnen blijven bewerkstelligen. OOM doet er alles aan om mensen op te leiden en dat is ontzettend belangrijk."
Deze CAO roept ook op tot samenwerking.
Vaas: "Ja, omdat we ook tot de conclusie zijn gekomen dat de crisis zo erg is dat de branche het niet allemaal zelf kan oplossen. Dus moet er worden samengewerkt, zoals gebeurt in techniektalent.nu en in regionale samenwerkingsverbanden. Een goed voorbeeld daarvan is Noord-Holland waar men succesvolle vaklieden die tijdelijk geen werk hebben, omschoolt tot leermeester of praktijkopleider. Het is vervelend dat er weinig werk is, maar het is tegelijkertijd een mooie tijd om op te leiden."
Berghuis: "We hebben een samenwerking met Kenteq om die opleiding tot leermeester te verbeteren."
Vaas: "Hoewel je toch altijd de neiging krijgt om te bezuinigen in deze tijd, hebben we dat niet gedaan en dat is bijzonder. Met de 20 miljoen die is vrijgemaakt voor 16- en 17 jarigen , investeren we nu juist in opleiden en ontwikkelen van de alternatieve leerplek. We hebben leerwerkbijdragen kunnen handhaven om jongeren aan de slag te krijgen. Ook hebben we de Jobstart-regeling om werkelozen te stimuleren een opleiding te volgen en ze klaar te maken voor de metaalbewerking."
Berghuis: "En dan hebben we naast de instroom, ook nog veel aandacht voor doorstroom van werknemers door middel van de persoonlijke trainingstoelage. Maar het blijft een onzekere tijd. Ik vraag me wel eens af: stel dat er geen crisis was geweest, wat dan? Dan hadden we nu met een tekort van 70 duizend vakmensen gezeten, dat was ook een probleem geweest. We moeten het positief bekijken: we klimmen weer langzaam uit het dal en moeten deze tijd gebruiken om veel energie te steken in opleiden."