Kwaliteitscriteria Scholingspool

  1. Iedere leerling start met een assessment (of EVC) waarin het startniveau en het beoogde eindniveau van de leerling wordt opgetekend. Het vertrekpunt is de opleidingsvraag van het bedrijf en/of van de kandidaat en kan gericht zijn op het bereiken van een beroepskwalificatie of -diploma, of het realiseren van cursusdoelstellingen.
  2. Vervolgens worden in een maatwerkprogramma de volgende zaken opgetekend: te behalen beroepscompetenties, onderwijskundige vormgeving van de opleidingsroute, uitvoeringslocaties, uitvoeringsplanning met een concrete begin- en einddatum, leerlingvolgsysteem, invulling begeleiding en verantwoordelijkheidsverdeling, kwaliteitsborging van de beoordeling, examinering en diplomering. Dit wordt vastgelegd in een POP in samenspraak tussen ROC, scholingspool, bedrijf en leerling.
  3. De leerlingen volgen hun beroepspraktijkvorming (BPV) bij (een van)de aangesloten werkgevers en/of bij een Praktijkcentrum, de omvang van de BPV (inclusief theorieonderwijs) bedraagt minimaal 2 dagen per week, die besteed moet worden aan het maken van werkstukken onder productieomstandigheden, maar niet onder productiedruk.
  4. De leerlingen krijgen vanuit de scholingspool een opleidingsgarantie. Zodoende heeft de scholingspool de verantwoordelijkheid tot het vinden van een vervangende leerplek, ingeval de reguliere leerplek door omstandigheden komt te vervallen.
  5. Een goede kwalitatieve begeleiding: vakdeskundigheid en coachende vaardigheden. De praktijkopleider kan aantonen dat hij A. de basiscursus praktijkopleider en B. bijscholingscursussen voor praktijkopleiders gevolgd heeft.